Ze zijn samen opgegroeid
Jazz en moderne beeldende kunst kwamen ongeveer tegelijkertijd tot bloei. Het begin van de 20e eeuw was een tijd waarin in alle creatieve disciplines de regels werden doorbroken, en de verbanden tussen muziek en beeld waren geen toeval. Ze waren bewust gekozen.
Wassily Kandinsky beschreef schilderkunst als visuele muziek, en meende dat letterlijk. Hij geloofde dat kleur toonhoogte had en dat compositie tempo had. Piet Mondriaan, die zijn laatste jaren in New York woonde, schilderde Victory Boogie Woogie terwijl hij steeds weer naar jazz luisterde. Het resultaat pulseert. De kleine blokjes geel, rood en blauw stuiteren over het raster als syncopische noten, gestructureerd maar levendig, gedisciplineerd maar swingend.
Deze kunstenaars gebruikten muziek niet als een losse metafoor. Ze geloofden dat ritme, contrast en herhaling structurele principes waren die in elk medium werkten. Geluid of beeld, de onderliggende taal was dezelfde.
Piet Mondriaan, Victory Boogie Woogie
