Retoucheren van vernis tijdens het schilderproces
Tijdens het schilderen kunnen er “verzonken” vlekken ontstaan: de verf wordt dof, de intensiteit van de kleur neemt af. Dit is niet te vermijden en wordt veroorzaakt door een combinatie van de gebruikte kleur, de soort en hoeveelheid toegevoegde verdunner en de zuiging van de ondergrond.
De hoeveelheid olie in de verf kan van kleur tot kleur variëren, hoeveel verdunningsmiddel er ook wordt toegevoegd. Als verf relatief weinig olie bevat, waarvan een deel door de ondergrond wordt opgenomen, kan de kleur inzinken.
Het beoordelen van de kleurharmonie van het schilderij is moeilijk, met als gevolg dat het nemen van de juiste beslissingen over hoe verder te gaan met schilderen ook een probleem is. Door de verzonken plekken (als ze eenmaal volledig droog zijn) zeer dun te behandelen met retoucheervernis, wordt de glans en kleur hersteld. Als de verzonken plekken erg zuigend zijn, kan het nodig zijn de handeling te herhalen (na tussentijds drogen) voordat de glans en kleur hersteld zijn.
De vernis droogt in enkele uren en laat een poreuze film achter die daardoor geschikt is voor de hechting van een volgende verflaag.
LET OP: Het is zeer belangrijk om de retoucheervernis zeer spaarzaam aan te brengen, omdat de verf, die nog niet helemaal droog is, kan oplossen in het oplosmiddel van de vernis. Bij voorkeur aanbrengen met een spuitbus.
