Wit

Leven en dood verenigd in de moeder aller kleuren

Wit, kleur of geen kleur, kleur van de reinheid, het goddelijke en het leven zelf. Maar afhankelijk van het deel van de wereld, ook de kleur van dood, ziekte en verderf. Miljoenen jaren al komen witte pigmenten in verschillende vormen in de natuur voor en ook zijn er al sinds eeuwen diverse synthetische varianten ontwikkeld. Sommige zijn al duizenden jaren in gebruik, andere zijn om uiteenlopende redenen uit kunstschilderverf verdwenen. Een korte reis door de soms zwartgekleurde geschiedenis van wit. 

Wit 

Natuurlijk wit

Tussen ongeveer 145 en 66 miljoen jaar geleden, een tijdperk dat nu het Krijt wordt genoemd, waren grote delen van onze huidige wereld bedekt door de wereldzeeën. Als de dieren die daarin leefden stierven, zonken ze naar de bodem waar er uiteindelijk niets anders van overbleef dan de kalkrijke skeletten en schelpen. Deze stapelden zich in al die jaren op tot dikke lagen van soms wel vele tientallen meters en werden verpulverd onder de druk van door de rivieren aangespoeld zand en klei. Toen later de zeespiegel daalde en delen van de aardkorst omhoog werden gedrukt, kwamen deze witte lagen aan de oppervlakte. Ze bestaan voor het grootste deel uit calciumcarbonaat ofwel krijt, het oudste witte pigment op aarde. De naam is ontleend aan het eiland Kreta, dat voor een groot deel uit krijtrotsen bestaat.

Behalve krijt, zijn ook andere witte minerale pigmenten in de natuur ontstaan. Voorbeelden zijn kaolien, ook Chinese porseleinaarde of pijpaarde genoemd, en gips. Sinds het eerste verfgebruik door de mens zijn deze witten gebruikt. Zo is krijt terug te vinden in de oudste grotschilderingen en beschilderen natuurvolkeren hun lichamen ook nu nog volgens eeuwenoude riten met onder andere witte verf.

Van natuurlijk wit naar synthetisch wit

Natuurlijke minerale pigmenten hebben als nadeel dat ze transparanter worden naarmate er meer bindmiddel nodig is om er een goed verwerkbare verf van te maken. Hoe minder de dekkracht, hoe minder wit de kleur zal zijn. In olie verliezen ze nagenoeg alle dekkracht en worden ze bovendien grauw van kleur. Met de ontdekking van nieuwe witte pigmenten werden de minerale witten dan ook steeds minder gebruikt om een verf wit te kleuren. Tot vandaag de dag worden ze om diverse redenen nog steeds wél toegepast als vulmiddelen.

Het eerste synthetische witte pigment was loodwit, dat al zo’n vier eeuwen voor de jaartelling werd ontdekt en dat daarmee waarschijnlijk het oudste kunstmatig vervaardigde pigment is. Door het metaal bloot te stellen aan de dampen van een zure vloeistof als azijn, ontstaat een chemische reactie en wordt het lood omgezet in basisch loodcarbonaat dat als een witte aanslag het lood bedekt. Door de aanslag af te schrapen verkreeg men een wit poeder, dat ook in olie goed dekkend bleek te zijn en een fantastische verf opleverde.

Dank voor stank

Het Hollandse loodwit was in de zeventiende eeuw vermaard om zijn kwaliteit. Platte repen lood van zo’n tien à vijftien centimeter breed werden losjes opgerold - het lood mocht zichzelf nergens raken - en in aardewerken potten boven een laag bierazijn op pootjes geplaatst. De potten werden aaneengesloten in een zogenaamd broeihok geplaatst op een laag paardenmest met stro. Over de potten kwam een laag planken, dan weer paardenmest met stro en een volgende laag potten. Na zo’n acht lagen en de laatste laag mest met stro werd het hok afgesloten. Door de broei van de mest liep de temperatuur aanzienlijk op, waardoor de omzetting van lood naar pigment werd versneld. Na zo’n vier tot zes weken werd het witte poeder van het overgebleven lood geklopt, met water tot pap gemengd en op een molen fijn gewreven. Uiteindelijk werden er broodjes van gevormd die in heel Europa dankbaar aftrek vonden voor toepassingen in kunst- en huisschilderverf, pleisterwerk en glazuur voor aardewerk. Maar het werd ook voor doeleinden gebruikt waar wij nu niet aan moeten denken. 

Tot de dood erop volgt 

Het is nog niet zo lang in de mode om een bruin getinte huid te hebben. Eeuwen lang was juist een witte huid het symbool van schoonheid en rijkdom. Immers, mensen die buiten moesten werken werden bruin en rijke mensen werkten binnen. Om er zo blank mogelijk uit te zien, gebruikten de dames dan ook eeuwenlang witte make-up die vaak op basis van loodwit werd gemaakt. Maar loodwit is uitermate giftig, met als gevolg dat er ernstige irritaties optraden zoals pijnlijke ogen, puisten, wratten en loszittende tanden. Een vroegtijdige dood was veelal het uiteindelijke gevolg, zowel voor de dames in kwestie als voor de heren die zo’n ‘schone huid’ regelmatig kusten. In Amerika heeft dit gebruik zelfs tot eind negentiende eeuw stand gehouden. Voor schoonheid werd een hoge prijs betaald.

Onschuldig wit

Tot midden negentiende eeuw, met de uitvinding van zinkwit, zou loodwit het belangrijkste witte pigment blijven. Aanvankelijk was zinkwit, een zinkoxide, te duur om met loodwit te kunnen concurreren. Maar zelfs toen de productie aanzienlijk goedkoper werd, heeft zinkwit het loodwit niet kunnen verdringen. Buiten het feit dat zinkwit, voor zover bekend, niet schadelijk is voor de menselijke gezondheid, verschillen beide namelijk nogal qua andere eigenschappen. Zinkwit is transparant en koel van kleur, loodwit dekkend en warm van kleur. Vooral in huisschilderverf werd vanwege de dekkracht de voorkeur gegeven aan loodwit, in kunstschilderverf was vanaf toen een rol weggelegd voor beide, juist vanwege de verschillende eigenschappen. Pas met de uitvinding van het totaal onschuldige, eveneens warme en zeer dekkende titaanwit, zou in de twintigste eeuw het giftige loodwit verdrongen worden. Tegenwoordig is loodwit zelfs nagenoeg bij de wet verboden.

Wist u dat….

Wit licht bestaat uit alle kleuren van de regenboog? Dat als wij een witte kleur zien, alle kleuren van het licht in gelijke mate door ons oog worden opgevangen? Zo is wit de moeder van alle kleuren.