Oker

Een oeroud pigment

Al sinds mensenheugenis wordt overal ter wereld oker toegepast voor tal van doeleinden. In verschillende nuances is de kleur onder meer terug te vinden in prehistorische rotsschilderingen van maar liefst 350.000 jaar geleden. Het pigment is uitermate lichtecht en bovendien te gebruiken voor alle verfsoorten. Tegenwoordig zijn de natuurlijke okers veelal vervangen door synthetische varianten.

Oker

Het woord oker is afkomstig van het Griekse ‘Ochros’, dat geelachtig betekent. Het natuurlijke pigment komt overal in de wereld voor waar relatief veel ijzer in de grond zit. Het ijzer oxideert en geeft de aarde de zo kenmerkende roestkleuren. En al denken we bij oker in de eerste plaats aan een goudgele kleur, afhankelijk van verdere in de aarde aanwezige elementen kan de kleur variëren van geel tot rood- en bruinachtig, en zelfs zijn er zwak violet- en blauwachtige varianten. Hoe meer mangaanoxide er naast het ijzeroxide aanwezig is, hoe bruiner de kleur. De naam van een bepaalde kleurnuance komt doorgaans van de plaats waar het pigment werd gedolven. Voorbeelden zijn sienna en omber, respectievelijk van de gelijknamige Italiaans stad Sienna en de streek Umbrië, Spaans Rood en Napels Geel. Laatstgenoemde is in de oorspronkelijke vorm overigens een vreemde eend in de bijt, omdat het een loodhoudende en daarmee giftige variant betreft die allang niet meer wordt toegepast. De andere natuurlijke okers zijn daarentegen geheel onschadelijk voor zowel mens als milieu.

Naturel of gebrand

Het belangrijkste kleurende bestanddeel van oker is ijzeroxidehydraat. Zoals de naam reeds doet vermoeden, vormt water, ondanks dat het een vaste stof betreft,  een belangrijke onderdeel van de verbinding. Indien het ijzeroxidehydraat wordt verhit, verdampt het water en verandert de kleur. Een proces waarbij gele oker rood kleurt (rode oker, oker gebrand), het geelbruine pigment uit Sienna verandert in helder roodbruin (Sienna gebrand) en het rauwe geelachtige Omber in donker roodbruine (gebrande) Omber. In vulkanische gebieden gebeurt dit op natuurlijke wijze, maar door het pigment simpelweg te verhitten, wordt hetzelfde effect bereikt.

Met mystiek omgeven

In de klassieke oudheid kwam de beste oker uit Sinopia, een stad aan de Zwarte Zee. Door de uitzonderlijke kwaliteit was deze oker kostbaar en werd bij wijze van handelskeurmerk verzegeld vervoerd. De naam sinopia of sinoper werd zelfs gebruikt ter vervanging van de naam oker.

Ook bij de Aboriginals in Australië was de beste oker een kostbaar goed en daarmee een gewild handelsartikel. Australië ligt helemaal vol met okers. Wie bij helder weer dwars over het continent vliegt, ziet onder zich niets anders dan de kleuren die we kennen van de aboriginal schilderijen; sterker nog, ook de motieven vanuit de lucht zijn hetzelfde. Een wonderbaarlijke en bijna mystieke ervaring, geheel in overeenstemming met veel aboriginal schilderijen die als landkaarten fungeerden en alleen door ingewijden te lezen waren. Ook de beste rode oker was met mystiek omkleed. Alleen de mannen van bepaalde stammen hadden toegang tot de vindplaatsen. Eens per jaar had er een dagenlange pelgrimstocht plaats die naar deze voor de Aboriginals heilige grond leidde.

Okers vandaag de dag

Nog altijd wordt er op natuurlijke wijze oker gedolven, waaronder op Cyprus. Een nadeel is dat de kleur van de natuurlijke aardpigmenten per locatie kan afwijken en de eindgebruiker nooit geheel zeker is van de kleurnuance in de tube verf. Mede hierdoor werden enkele eeuwen geleden onder de naam ijzeroxides al synthetische varianten ontwikkeld, die van partij tot partij geen kleurverschillen tonen. Zowel synthetische als natuurlijke okers worden wereldwijd op grote schaal toegepast. Niet alleen in verf, maar ook in onder andere beton, asfalt voor wegen, kunststof en rubbers.

Wist u dat…?

De benaming ‘roodhuiden’ direct verband houdt met oker? Evenals tal van andere natuurvolkeren, smeerden de Indianen hun huid in met rode oker. Naast een rituele betekenis, fungeerde het als bescherming tegen insectenbeten en liepen ze  bovendien minder kans om bij de jacht door het prooiwild geroken te worden.